In dezelfde week dat de president van de Verenigde Staten The Mother of All Bombs, de zwaarste niet-nucleaire bom op een complex van IS in Afghanistan gooit waarbij volgens de Afghaanse autoriteiten 36 jihadisten het leven lieten, opent Lego in Melbourne het gigantische indoorpretpark Lego Discovery Centre waar meerderjarigen alleen onder begeleiding van een kind welkom zijn én wordt er in Sint-Niklaas een springkussenfestival georganiseerd dat enkel toegankelijk is voor mensen boven de 18 jaar.
Het lijkt mij dat duidelijk dat de mens in nood verkeert en een prangende behoefte voelt te terug te kunnen afdelen in een verloren gegane kinderlijke beleving, die met terugwerkende kracht het dichtst in de buurt blijkt te komen van geluk.
Toen ik een jaar of acht geleden in mijn favoriete boekenwinkels steeds vaker kleurboeken voor volwassenen zag opduiken, dacht ik eerst nog dat er vooral sprake was van een trend, een rage, een nostalgisch verlangen.
Bij het lezen van mijn ochtendkranten vandaag stuitte ik echter op zowel het springkussenfestival-verhaal als op het Lego-verhaal en kan ik niet anders dan concluderen dat er door onze verslaving aan werken, denken, formuleren, opinieren andere zogenaamde belangrijke volwassen dingen doen een hiaat is ontstaan tussen hetgeen wat we doen en het gene wat we zouden willen doen .
Blijkbaar hebben we behoefte aan een terugslag en hebben we de kleurboeken, springkussens en legoblokken nodig om uit ons hoofd te komen en weer met ons lijf te kunnen voelen waar het allemaal om begon. Lichamelijke ‘grotemensenactiviteiten’ zoals sporten en seksen leken lange tijd het einde, maar leveren de kern waar we blijkbaar zozeer naar verlangen niet op.
‘Het geheugen van ons lichaam is een harde schijf’, zei de osteopaat waar ik vanwege mijn overmaat aan mentale activiteiten regelmatig heil bij zoek. Ik ben zelf nog niet zover dat ik de wens koester het springkussenfestival in Sint-Niklaas zal bezoeken maar mik meen wel dat het geluk dat we zo vaak buiten onszelf zoeken, makkelijker te vinden is als je helder leert luisteren naar de stem van je innerlijke kind.
Voor mij lukt dat met dansen, voor anderen blijkbaar met springkussens, tekenen en Lego. Zo ieder zijn of haar ding.
Ja, ik geloof er heilig in dat ons lichaamsgeheugen sterker ontwikkeld is dan ons brein, maar omdat we naarmate we ouder worden steeds meer op ons brein vertrouwen, vergeten we weleens dat hetgeen waar we dagelijks naar zoeken – laten we het beestje bij haar noemen; geluk – zeer eenvoudig toegankelijk is via dat wereldvreemde ding waar onze geest en onze ziel ondanks al ons denken nog steeds in huist: ons lijf.
De Mening: Column dS donderdag 20 april 2017 – Leve mijn lijf

