Zelfspot en humor versus shaming…

Grappen maken en een grote zaal mensen aan het lachen krijgen.
Het geeft enorme adrenaline-kicks. En die kicks zijn verslavend… – weet ik, uit ervaring in een ‘ander’ leven…

In dat andere leven (circa 2001 – 2006) stond ik als cabaretiere/kleinkunstenaar op het podium en toerde ik een paar seizoenen met cabaretprogramma’s langs de theaters in Nederland. Het was mijn droom (jarenlang) en ik ben blij dat ik het gedaan heb omdat dit de enige manier was om te ontdekken dat ik dan misschien wel van humor hield, maar het was gewoon totaal mijn ding niet om te scoren op andermans schaamte, gebreken of struggle…
Het allerbeste wat me overkwam was een man uit het publiek die me na een show een brief schreef: ik had hem diep gekwetst met een grap over zijn uiterlijk.
Zijn kwetsbare brief maakte dat schaamte me bekroop. De brief eindigde met  dat ik het helemaal niet nodig had om op die manier te scoren: ik zong prachtig, schreef goede tekstmateriaal en had genoeg podiumpersoonlijkheid… BAM, die kwam aan.
Ik herlas zijn brief enkele keren, gooide mijn succesvolle improvisatiedeel uit de show en koos voor een veel dichterlijke en kwetsbare show – die het dan ook veel minder goed deed bij het grotendeels witte Nederlandse publiek…
Ik weet nog goed hoe teleurgesteld ze waren toen ze de tweede keer vol verwachting kwamen kijken bij de premiere in de Kleine Komedie: de witte meneren van het Nederlandse cabaret, de theaterdirecteur, de maffia van het impressariaat, de manager van Najib en Jantje zus en Jantje zo… ‘ Want dit was toch een heel stuk minder grappig, deze show dan je vorige versie Neske Beks.’
Nee, het was helemaal niet grappig, want de show draaide nu om belonging en eenzaamheid, was mijn antwoord.

Het ging me niet langer om de reeks zelfspottende, harde hilarische grappen over seks en zwart zijn (zoals ik eerder in navolging van de meeste van mijn Zwarte brothers en sisters in het cabaret  had gedaan…)
En het was inderdaad mijn bedoeling dat men er iets bij voelen zou…
Al gauw ontdekte ik dat de mensen naar het cabaret kwamen om te lachen in 2005. En niet per sé om na te denken over de keuzes die ze maakten in het leven of iets te voelen dat ze juist niet wilden voelen. De gekwetste man uit het publiek die me een brief schreef redde me van een middelmatige carriere in het cabaret  – een sector die echt mijn plek niet was, want zo grappig ben ik gewoonweg niet.

Maar door de jaren heen Hollandse en Vlaamse humor analyserend vraag ik me wel steeds meer af: wie is er nog wel zo grappig in Nederland en in Vlaanderen eigenlijk? Als je heel veel cabaret en satire hebt gezien prik je er zo doorheen… Ik heb al jaren niet meer echt om iemand gelachen in het Noorden…  -Kan aan mij liggen, maar ik vrees dat er ook iets collectiefs meespeelt. En de tijd. En: de politiek. Waar is het politiek-kritische cabaret gebleven? Durft iemand dat nog aan?

Ik was in de jaren negentig samen met velen een Hans Teeuwen en Theo Maassen fan. Sanne Wallis -fan ook. En Wim Helsen fan. Maar geen van allen kijk ik twee decennia nog naar. Ben ik zo veranderd of veranderde het cabaret?Waar precies veranderde links kritisch cabaret in liberaal gekwets/gezwets?
Was dat voor of na Fortuin en Van Gogh?
Of lag de breuk al in de jaren negentig? Voor mij lag de breuk namelijk – vrees ik – al rondom de opkomst van Jiskefet. Ik heb het nooit grappig gevonden… ik. Maar wie was ik: want de rest van Nederland en Vlaanderen vond het geweldig!
Toch eens terug kijken voor de oefening… dan kom ik morgen terug met (misschien) een bevinding of analyse van wat ik zie.

(wordt vervolgd)

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Zelfspot en humor versus shaming...

Stay In Touch

NESKE