DE ZEN VAN DE NAGELSALON

Ergens schaam ik me voor mijn fascinatie met nagels – vingernagels dus. Het setje dat moeder natuur me gaf is broos, buigzaam en breekt snel af. Splijtend en/of in laagjes.
Als kind genoot ik van mezelf opeten – velletjes, korstjes, snotjes en nagels natuurlijk –  maar mijn nagels bekoorden me niet zozeer dat ik een échte nagelbijter werd. Ik droomde namelijk al vrij jong over lange nagels. Herinner ook een dure aanschaf bij de apotheker van vitaminepillen waar ik al mijn spaargeld aan spendeerde. Ik was acht denk ik. En ik herinner me dat de pillen me vijfhonderd frank kostten : een rib uit het lijf van een achtjarige. En lange harde nagels brachten ze me niet. Er volgden jaren van nagelverharders en plaknagels. Mijn eerste echte set acrylnagels kocht ik in New York in ’95 – waar iedere zichzelf respecterende Black Queen er lustig mee wapperde. Dat wij Zwarte vrouwen een ding hebben met ons haar is algemeen bekend, maar er is zeker ook iets met nagels.
In de afgelopen weken besloot ik even geen gel- of acryllaag over mijn nagels te zetten en toen pas zag ik in veelvoud hoeveel Sisters prachtig vormgegeven klauwen hebben. Mooie nagels, het is niet alleen een Black thing maar het is zeker ook een vrouw-ding. Lange nagels – zowel natuurlijk of nep: ze geven me een super-vrouwelijk gevoel.
‘ Zijn dat je echte nagels?’ – Hoe vaak die vraag me niet gesteld wordt.
‘Ja’, zeg ik dan.’Maar ik heb er een laag overheen zodat ze niet breken.’
Het is my guilty pleasure, maar er is ook iets van gene, lichte schaamte – alsof ik mezelf en mijn eigen natuurlijk nagels niet mooi genoeg zou vinden. Alsof ik een laagje plastic nodig heb om me een vrouw te voelen. Een deel van mezelf kijkt inderdaad met een opgetrokken neer op het ander deel ik.
Want nee, ik vind mijn nagels niet mooi. En ja, ik voel mezelf mooier met dat laagje er op.
En door de jaren zak ik dieper de materie in:  ik ben al lang niet meer vies van plastic tips…
Sterker nog: puur geluk is een volledig nieuwe set -inclusief nepnagels die met secondenlijm (dat kan niet biologisch zijn) op mijn natuurlijke nagels worden geplakt – die wordt afgelakt met acryl (witte poeder) of gel (vloeibaar spul).
En de icing op de cake is dan de laag semipermanente nagellak – die wel vier weken blijft zitten.

Dik vierhonderd woorden over nagels schrijf ik zo op – zonder enige stop: het zegt alles over de passie die ik erbij voel.
Heel vaak heb ik overwogen een documentaire te draaien in de nagelsalon: je ziet er namelijk alle soorten vrouwen komen, en je hoort er nog eens wat. Klasse toont zich hoogstens in de kleur van de lak. Maar tegenwoordig waagt iedereen zich aan kleurencombi’s, fluo French Manicure en opgeplakte diamantjes… Het is één zalige nagelhemel daar.
Ook de nagelzetters zelf (meestal van Aziatische komaf) zijn zelf al een serie waard.
Ik zweer nu alweer drie jaar bij mijn Vietnamese nagelkunstenares die Nieve heet (sneeuw) en in de Carrer del Olms werkt in Palma. Ze is aardig (!) – wat haar een uitzondering op de regel maakt want de afgelopen 15 jaar dat ik in Ibiza, Amsterdam, Purmerend en Brussel dit soort salons bezocht ben ik wel tig keer afgesnauwd. De meeste nagelzetters weten namelijk dat je verslaafd bent en dus toch wel komt. Maar Nieve is niet zo. Ze is de allerbeste nagelzetster die ik ken en ik noem haar dus ook een nagelkunstenaar. Love her art.
Haar nagelsalon brengt mij een a twee uurtjes diepe ontspanning – zeg ik vaak tegen mezelf, maar is dit echt zo?
‘Een ander gaat naar de kapper en ik ga naar de nagelsalon’ – is zo’n ander mantra. Ik doe mijn haar meestal zelf en omdat ik het een enigszins decadente hobby vind heb ik een setje mantra’s ontwikkeld die goedpraten dat ik – arme kunstenaar tenslotte – mezelf toch de permissie geef me om de twee maanden de luxe van een set nagels te permitteren.
Meestal kies ik voor naturel met een french-manicure afwerking. maar gisteren koos ik fel knalrood …
Tikkend in de felle middagzon kan ik amper de aanblik van de nagels verdragen, dus ik weet niet of ik ze hou.
Knalrood is wel erg rood en ik word er een beetje onrustig van. Gelukkig heb ik ook een eigen elektrische vijl en UV-lamp en alles wat nodig is in huis. Dus als het rood me echt blijft storen, schuur ik alles er in het weekend weer af…- hahaha.
Kleur blijkt toch niet echt mijn ding. Ik koos ook een keer donkergroen en dat haalde ik er ook meteen weer af.
French-manicure is dus mijn eigenlijke zen, besef ik nu. Maar ik verplicht mezelf me nog even door het rood heen te bijten. Het mantra van mijn moeder steekt meteen de kop op nu: ‘Wie mooi wil zijn, moet lijden.’
Afschuwelijk dat moeders dat tegen hun dochters zeggen, toch?

Dit stukje is dus eigenlijk een coming out. I am a Nail Addict. A French Manicure Queen.
En als dat mij gelukkig(er) maakt en  huisdieren, geliefden en vrienden zich graag laten kroelen door mijn klauwen,
als het toch veel lekkerder tikt op de toetsen bij het schrijven en mijn (muzikale)denken daardoor voedt,
en ook zelfs…. als ik het gewoon alleen doe ‘voor de mooi’ is dat helemaal ok.

Cause I love myself en dat is mijn diepzinnige zelf maar ook mijn oppervlakkige ik met deze crazy habit / hobby zonder reserve.
Ik ben 50 nu. Mag ik?
Aummmmmmm.

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

DE ZEN VAN DE NAGELSALON

Stay In Touch

NESKE