Van het midden van Nergens naar hartje Bruxelles (30/9/2021)

Voor het eerst in 24 jaar woon ik weer een maand fulltime in België, mijn geboorteland. En ja, dat vind ik best spannend.
De Belg is namelijk een bijzondere mens. Ik ben een Belg. – knipoog.
Maar wel een Belg met een kleurtje. En na 4 jaar Spanje, 2 maanden Parijs en pakweg 30 jaar Nederland ben ik behoorlijk Europees en is dit toch een zeer spannend avontuur.
Ik bemin België omdat en ik haat België omdat…; zo begint het Belgisch Labyrinth of de schoonheid der wanstaltigheid. Het boek van Geert van Istendael dat mij zeker het eerste decennium hielp te overleven als Vlaamse in Nederland.
Nationaliteit onbekend moest ik gisteren invullen op het Formulier dat mij de toestemming geeft om 48 uur in Brussel te zijn zonder extra PCR test te moeten doen, en – oef- zonder quarantaine. De Covid-regels bleken een kluwen die me er bijna van weerhielden te reizen. Daar schrijf ik later wel over want nu ben ik er even klaar mee. Ik ben er. En morgen reis ik naar Amsterdam om mijn zoon na bijna 14 maanden weer te omhelzen. En om ‘s avonds naar Melly te gaan in Rotterdam, waar Iris Kensmil haar solo opent: zo trots op deze sister.
En omdat Residencies zoveel kunnen brengen wil ik elke dag 300 a 500 woorden bloggen. Over de details. Tegen het vergeten van de schoonheid der kleine dingen.
En voor het behoud van wat me opvalt. Wat moeilijk voelt en wat goed voelt. Wat bevalt. Wat ik onbewust heb gemist misschien.

Ik ben toch een eilandbewoner geworden. Wonend in het midden van Nergens.
Dus: bijna een maand in de stad is best spannend.
De als nieuw voelende ervaring om mensen om me heen te horen leven en bewegen.
Straatgeluiden. Auto’s. Sirenes. Voetstappen en stemmen op de trap.
Een lach. Een lachend mens klinkt als muziek.
Het dwarrelt je kant op als een melodie: het doet ook iets met je hart.
Zal ik de hond missen, de kat, de geit? Het voeren van de kippen?
Zo wil ik een wandeling maken richting rue Philippe de Champagne. Een straat uit een ver verleden, ik werkte er in 1992 een jaar of zo als commerciële binnendienstmedewerker bij een groothandel in brilmonturen en lenzen. Een ander leven, een ander mens. Zou het karakollenkraampje nog bestaan?
Brussel was toen ver van mijn bed.
Nu staat mijn bed een maand lang in Bruxelles.
En het bevalt me tot dusver zeker wel.
Behalve de kou dan: friolera (koukleum) die ik ben.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Van het midden van Nergens naar hartje Bruxelles (30/9/2021)

Stay In Touch

NESKE