THE DUTCH ROYAL ACADEMY OF ART AND SCIENCES

Aan het einde van de vorige eeuw ging ik naar de Kalenderpanden, en zag ik een prachtige mixed-race vrouw een spokenwordstuk performen in het Engels. Na de performance deelde ze flyertjes uit van een podium dat ze zou organiseren later die maand: Palabras. Ik ging erheen en we werden vriendinnen voor het leven.
Die vrouw was Babs Gons en samen met haar en vier andere prachtige mensen werd ik op 31/3 ingehuldigd als lid voor het leven van de Akademie van Kunsten. Het idee is dat je dan naar Amsterdam afreist, maar het universum had met mij andere plannen: eerst legde het me plat met een ultrakort Covid-proces (de nieuwste variant volgens vriendin Nan) en vanochtend, toen ik op het vliegveld stond bleek mijn vlucht gecanceld… – wat me in vijf jaar Spanje niet is overkomen.
Via wifi dan maar? Ik keek naar de lucht, zag het slechte weer en wist dat dit kon haperen. Het wifi-bedrijf verzekerde dat ze mijn wifi voor de start van de ceremonie om 16u in topconditie konden brengen. Om kwart voor drie – tijdens de repetitie – met de meesterlijke Lavinia Meijer – kwamen de werkmannen aanrijden. Anderhalf uur lang werden kabels vervangen, dakantennes anders ingesteld: ja wie in The middle of Nowhere wil wonen kan fluiten naar glasvezel. Om 16u15 verlieten ze mijn huis terwijl ik stijf van de stress zo goed als kon de speech van Liesbet Bik probeerde te volgen. ‘Overgave aan het grotere geheel, Nes’, herhaalde ik voor mezelf al heel de week – als een eindeloze mantra. Ik heb de uitzending op mijn mobiele telefoon op youtube op gezet én op het beeldscherm voor mijn neus: dubbel verbonden met Amsterdam. We starten…
Jetse zou eerst spreken en daarna ik en toen Jetse sprak kreeg ik er wel stilaan lol in. Ik grinnikte toen hij zijn kunst omschreef als paniekervaringen / oefeningen in het beheersen van paniek. Ik zou niet speechen wist ik, ik wou helemaal in het hier en nu zijn en contact maken met het publiek. Vrijheid was het thema wat ons opgelegd was en ik zou de vrijheid nemen om het daar maar deels over te hebben. Ik wilde het publiek letterlijk aanspreken en ze de voorouderlijke lijnen laten voelen met wie ze verbonden zijn, en die hun vrijheid – via die verbindingen – versterken of beperken… En: vrijheid toont zich in de beperking toch?. Oops: mijn beperking – wist ik meteen – was nu toch de Zoom. Hoe kon ik door het glas en over 1800 km fysieke afstand heen het contact met het publiek via Zoom toch verkrijgen. Wow, na 2 jaar Zoomen had ik me daar nooit zorgen over gemaakt. Nu wel! Mijn plan was geweest het katheder straal te negeren en mijn oude vak van podium-performer te omarmen, en nu zat ik vastgespijkerd op mijn werkstoel in mijn eigen werkkamer. ‘Vrijheid toont zich in de beperking’ ging weer door mijn hoofd.
Gewoon praten en contact maken met de zaal. Yes you can. Vijf minuten zou ik mogen praten. Redde ik de vijf punten die ik te berde wilde brengen binnen die tijd? Net als vorig jaar was de tijdsbeperking een beetje mijn zorg. Jetse hield zich netjes aan de tijd, dus dat wilde ik ook.’Hier moet je zelf op zoek naar houvast. Hoe verhoud ik me tot iets wat ik niet herken?’ en ‘Wij geven lessen in vertrouwen voor een wereld in paniek.’ – prachtig. Een kort gesprek met Micha tussendoor en dan mag ik. Waarom heb ik nou gewoon niet opgeschreven wat ik wilde zeggen? Waarom wou ik nou per sé deze sprong in het diepe denk ik in de laatste minuut voor ik op moet. Maar: te laat, dat is hoe ik leef en werk, dus dat is ook hoe ik het wil hier. Geen script. Geen tekst. Geen beeld zelfs – al heb ik heus wel nagedacht over de Tachyon Oracle van Mati Klarwein en bell hooks’ Todo sobre el amor achter me in beeld. Na afloop dacht ik ai ai zoveel wat ik zeggen wou, niet gezegd… Maar ik heb het terug gezien en dat viel wel mee… Oefening in het beheersen van paniek dus.
Grootmeester Jan Dibbets komt na mij en zegt: ‘Ik ben beeldend kunstenaar en wij zijn niet van het praten’, waarna hij als een waterval begint te praten. De eerste paar minuten hoor ik een subtiele hoge piep door zijn speech heen (ai, mijn hooggevoeligheid). Hij citeert een stuk tekst uit De Witte Raaf, blad over beeldende kunst uit mijn vaderland als opmaat voor Dibbets’ mening ‘dat we niet erg opschieten met ruimer denken’. Is dat zo?, denk ik meteen. Zijn mening staat stevig overeind, er is niet veel ruimte voor twijfel lijkt het. Ik hoor woorden als echte kunst en grote kunst en schrik daar een beetje van terug. Echt en groot, vind ik behoorlijk immense begrippen – en tegelijkertijd zo klein. Zijn verhaal klinkt heel exact en welbepaald en daardoor heel ver weg van wat ik zonet heb verteld en dan toch… duidt hij intuïtie als de kern.
Een sneer naar de raad van Cultuur volgt en dan ga ik op mijn klokje te gluren. De man zegt goede rake dingen eigenlijk, maar als iemand in taal een binair onderscheid maakt tussen goed en slecht , kenners, genie, dorps en foute en goede smaak – dan raak je mij een beetje kwijt… Weer een sneer naar het Rijks nu en Jan gaat flink over de tijd heen. White male patriarchy appt een vriendin in de zaal. Ik grinnik:’Ja, dit is eigenlijk heel lang wat ik bedacht bij de Akademie van Kunsten…’ Tot enkele jaren geleden collega en vriend Charl Landvreugd toetrad en ik glom van trots. Charl is een held en voorbeeld. ‘Er zijn altijd twee dingen’ zegt Micha Hamel over de kunst van Jan Dibbets en ja dat is precies wat ik hoorde in de binaire benadering binnen zijn speech. Ook in het gesprek spreekt Jan zich stellig uit. Ik grinnik en word ook weer wat milder over de oordelen die ik tussen de regels hoor. Deze man is een grootmeester, internationaal vermaard en veel te laat voor zijn staat van dienst voorgedragen in deze club. Hij is uit 1941: hij had natuurlijk al tientallen jaren geleden voorgedragen moeten zijn. Hij heeft best wel wat recht op meer tijd…  Ik zie Micha Hamel zoeken naar waar hij de beeldende kunstenaar die niet van het praten was, kan onderbreken en als er tussen twee zinnen een gaatje zit zegt Micha: ‘We gaan naar de muziek.’. ‘OK’, zegt Jan – het klink ietwat teleurgesteld, maar hij loopt wel naar de zijkant van het toneel. Ik neem me voor morgen weer zijn werk te bekijken: er is ook een film over zijn werk, in Hollandse Meesters, de serie waarin ik twee filmportretten maakte over Maria Barnas en Jeroen Henneman.
Een prachtig muzikaal intermezzo op harp en cello volgt van Duo Era.
Piet Gerbrandy verbindt de naam van het instituut met Plato en heeft ons meteen weer bij de les. Mooi kwetsbaar is hij als hij een nieuw gedicht met ons deelt waarvan hij niet zeker weet of het al goed, waar en schoon genoeg is, zegt hij.
Een rake tekst volgt over kelders vol moeders, jongens die het zelfde doen, het mollen van kinderklinieken, wapen ik mij? vraag hij zich af. We hebben net gehoord dat hij niet vecht en een pacifist is.
Ook al is Gerbrandy voor mij al jaren deel van de canon en won hij vele, vele prijzen: er is nagenoeg geen ego dat voorop staat en in zijn verhaal is er veel ruimte voor twijfel en een stap opzij te zetten. Een distantie die met betrokkenheid en hartstocht geladen is, zegt hij. Iets wat mijn hart meteen raakt. ‘Lezen hoort niet veilig te zijn.’, zegt hij.
En net als ik denk wat een fijne kritische invalshoek…- is zijn verhaal al klaar. De kortste, bescheiden speech van de dag.
Kernachtig. Ik denk niet dat Piet de vijf minuten vol heeft gemaakt, maar het was raak wat mij betreft.
‘Ik probeer mooie zinnen te schrijven.’, zegt Piet. ‘En het moet te maken hebben met het diepste van mijn ziel – ook mijn academische werk’. Micha Hamel refereert naar de aardsheid in het werk van Gerbrandy. ‘Zonder het aardse ben je niks, ben je helemaal weg.’, antwoordt Gerbrandy. En dan is het klaar. Ik zit op het puntje van mijn stoel te appen met de achterban: Babs is aan de beurt! Mijn vriendin.
Haast naadloos gaat ze over van praten in dichten en in rake, scherpe zinnen klinkt haar kritische kijk op vrijheid en onvrijheden in de maatschappij. Ze bevraagt de plek waar we zijn en vraagt of we niet op allerlei barricaden en protestplekken hadden moeten zijn nu. Ze benoemt het ongemakkelijke van de bijeenkomst zonder het woord privilege te noemen. ‘Wie denkt ze wel niet wat ze is?’, zegt Babs en somt de vooroordelen op waarmee we te maken hebben als vrouwen van kleur om daarna haar eigen vorm te bespreken: de spoken word, waar voor haar alles begon. Het is de baby die ze vanuit New York in de jaren negentig meenam naar Amsterdam.
Dan eindigt ze met het vieren van de plek die ze inneemt met spoken word, een vorm die niet per sé in de dominante narratief past… Het gedicht ‘Won’t you celebrate with me’ van Lucille Clifton volgt in een vertaling van haar eigen hand.
‘Wat kan ik worden behalve mezelf? Ik heb het tot hier geschopt.’ – Kom vier met mij!
Trots ben ik op Babs. Ze doet het toch maar weer: steeds weer. En terwijl ik naar haar performance keek dacht ik dus terug aan die eerste keer in de Kalenderpanden waarin dit verhaal begon. Mijn vrienden appen me heel enthousiast nu.
Babs refereert  in het gesprek naar een linkse hobby die in een DVD-speler wordt geduwd, maar ik weet niet wat ze daarmee bedoelt. Iets in de actualiteit in Nederland? Ik volg het nieuws niet op de voet – bewust.
Lavinia Meijer refereert naar Mondriaan en haar levenswerk Untitled. Ze heeft ons gevraagd mee te werken aan haar performance. ‘More is more’, zegt ze. Ze neemt plaats achter haar harp en betovert ons ter plekke. Mij in ieder geval – en ik pink een traan weg als zij speelt. Dibbets laat ons twee kleuren zien, die net niet de kleur
Piet Gerbrandy spreekt zo ritmisch op de muziek dat het bijna als spoken word klinkt, en ik pak er een tweede wijntje bij: op Zoom kan de borrel al beginnen. Ik spreek en zing en na mij komt Jetse die hardop de centrale vraag van deze tijd stelt: ‘Hoe goed kunnen we tegen ons verlies?’ En als Lavinia weer een solo speelt word ik door de klanken diep geraakt. De harp is een van mijn lievelingsinstrumenten en Meijer bespeelt het als geen ander…
‘We wisselden huid uit’ zegt Babs en brengt het lichaam er in en ik ben blij dat ze vrij in de ruimte gaat staan en haar lichaam beweegt mee als ze voordraagt over aanrakingen en vlees en bloed. Het stroomt.
En dan zijn we bijna klaar. Micha en Lavinia sluiten het Gesammtkunstwerk met een kort gesprek af: ze kennen elkaar al lang en de verbinding spat er van af.  Ineke Sluiter, de president van de KNAW legt met haar slot nog de link naar de wetenschap en naar de oorlog in Oekraine waar mensen met gevaar voor eigen leven het werk van Maria Prymachenko uit een brandend museum gered hebben: ‘Kunst aanvallen is identiteit aanvallen.’ stelt Sluiter.
Ze slaat op de gong en daarmee zijn we geïnaugureerd.
Later hoor ik van Babs dat het stuk dat ze voordroeg toen in De Kalenderpanden Freedom heette.
Right. Ik zei toch aan het einde van mijn verhaal: waar je bent is altijd waar je zijn moet.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

THE DUTCH ROYAL ACADEMY OF ART AND SCIENCES

Stay In Touch

NESKE