Nu, later en/of yesterday
‘Ik ben alleen maar nu, dacht de eekhoorn opnieuw. Ik ben nooit later geweest en zal nooit vroeger worden.’ Ik lig nog in bed. Jij leest Toon Tellegen voor. Later op een ander bed – dat ik voor de gemakkelijkheid een bank noem – zet ik Bill Withers op. ‘Can we pretend that from now …
